YUKON


Op berenjacht

Wie houdt van woeste landschappen en wilde dieren moet naar Yukon. Elanden, wolven en beren kun je hier zomaar tegenkomen in de bergen. Wij gaan op zoek naar beren. Maar zo eenvoudig is dat nog niet.

Door: fotograaf Michael de Haspe en schrijver Lars Anderson

Onze jeep staat haaks op het bergweggetje, de neus steekt over de helling, achter duwt de bumper het helmgras plat. Michael en ik zitten in de auto, de motor draait, onze billen gloeien van de stoelverwarming. Het is koud, enkele graden boven het vriespunt. We turen over de dalen naar de eindeloze bergruggen aan de horizon. De lucht is rood, dieprood, al uren. Zo lang duurt een zonsondergang hier in Yukon, zo klein is de hoek waarmee onze ster op deze breedtegraad achter de aardrand verdwijnt. We willen beren zien, niets meer, niets minder.


Al dagen willen we beren zien, zonder resultaat. Al dagen horen we Yukoners ze bezingen. Hoe veel er wel niet zijn, en hoe voorzichtig je moet zijn − geen eten laten slingeren, want ze komen! In het plaatsje Inuvik − noordelijker kom je in West-Canada niet in de zomer − spraken we een vrouw die de dag ervoor nog een grizzly had zien slenteren door haar straat. Ze tikte op de ruit, de grizzly keek om, ging staan en kuierde weer verder. Het ging zo snel ‘dat ze geen tijd had om haar smartphone te pakken voor een foto’.


Al die 17.000 beren in Yukon zijn voor ons nog fantomen, onzichtbaar of ze hebben zich verstopt, achter rotsen en bomen. Maar deze middag kregen we in Keno City een gouden tip, hoopten we. Beren zijn actief in de schemering en trekken dan door de bergen. En dus zitten we met een verrekijker nabij de Sign Post, een uitzichtpunt op tweeduizend meter hoogte, te wachten op een beer.

A river runs through it
Een bootje vaart door de befaamde Miles Canyon over de Yukon River. De smalle geul door acht miljoen jaar oud lavagesteente vormde een gigantische uitdaging voor de raderstoomboten die via Whitehorse naar Dawson City voeren. Het water was vroeger lager, en de stroming wilder. Door een dam achter de canyon, voor het opwekken van elektriciteit, is het water tegenwoordig rustiger. Rustig genoeg om in de zomer met een bootje of een kano (volle dagtocht, enige ervaring vereist) te verkennen, yukonrivercruises.com en upnorthadventures.com.

Tracy, Mike & Leo
Keno City is het eindpunt van de Silver Trail, beroemd om de goud- en zilvermijnen. Het plaatsje ligt onderaan de berg met de Sign Post en bestaat uit één T-splitsing. Links van de splitsing staat de snackbar van Mike, er tegenover het motel van Tracy, rechts het Keno Hotel van Leo. Verspreid vind je nog een tiental minder gedefinieerde huisjes, maar om de ziel te vangen van deze ‘city’ – waar ’s zomers 35 mensen wonen, dalend tot zestien in de koude winters − hoef je enkel in de gezichten te kijken van dit drietal.


Er hangt een wonderlijke energie in Keno. De lucht voelt zwaarder, mensen halen langzamer adem, niemand maakt onverwachte bewegingen. Eenvoud is troef: kleding mag vlekkerig zijn, je bezit alleen het noodzakelijke, en auto’s zijn robuust – geen franje, gewoon een grote laadbak aan je truck met een uitstekende stekker aan de voorkant. Handig als de temperatuur weer daalt tot -46 ⁰C. Nee, een accu heeft dan geen puf meer.


Tracy zegt: ‘Zo, jij hebt honger? Hm, ga naar Mike voor een pizza. Zijn snackbar is open. Als je nu bestelt is je pizza over twee uur klaar.’ Verder is er niets. Mike zegt: ‘Zo, jij wilt een pizza? Hm, oké, hij zou klaar moeten zijn over anderhalf uur.’ Geen vraag welke pizza ik zou willen. Leo zegt: ‘Zo, jullie willen een kamer? Hm, ik moet eerst even heel goed kijken of er wat vrij is.’ Zijn hotel is uitgestorven. Leo’s default mode is hangend op een kruk, voor zich uit starend in een groot niets. Zijn dagelijkse uniform is een lichtblauwe spijkerblouse, de knoopjes staan onder druk van zijn buik, eronder een te wijde blauwe jeans. Ik vraag om een koffie en zie de zin als een slinger zijn oorschelp in verdwijnen. De losse woorden rinkelen als belletjes in zijn brein, om hem in vijf stappen aan te zetten tot beweging.


Handeling 1: een minieme impuls in zijn ogen.


Handeling 2: gezichtsexpressie die neigt naar verwondering en onbegrip, denk aan de blik van een leek als je hem een vraag stelt over raketwetenschap.


Handeling 3: het bewegen van het hoofd en de vraagsteller aankijken.


Handeling 4: de vraag herhalen; ‘hm, je wil een koffie?’


Handeling 5: diepe ademhaling, geërgerd zijn dat hij werkelijk in actie moet komen; ‘hij wil een koffie, hoor.’


Hier leven doet iets met je brein. Leo geeft het grif toe. Als je hem hebt geactiveerd, praat hij graag. In 2005 kocht hij het Keno Hotel, dat toch vooral een donkere saloon is − als Calamity Jane nu binnenwandelt en een tabaksfluim in een emmertje spuwt, geloof ik het ook. Het houten gebouw stamt uit 1920, heeft een halve eeuw glorietijden gekend, maar is vervallen toen de mijnen opdroogden. Leo nam het over en stak al zijn geld in de renovatie. Sinds drie jaar is hij open. Leo: ‘Je moet wel gek zijn om een hotel te openen op een plek waar tien mensen wonen. Toch is dit waar ik wil zijn, hier leven is …’ Hij laat een stilte vallen. ‘Hier leven is … something. Ik heb er geen woorden voor.’

Vliegen tussen de hoogste bergen van Canada

Twee gletsjers komen samen in de Kluane Range in het zuidwesten van Yukon. Volg de gletsjers en je komt in een maagdelijk wit ijsgebied twee keer zo groot als Zwitserland. In ons propellervliegtuigje scheren we dicht langs massieve pieken zoals King George, Mount Logan en Queen Mary. In de verte zie je bij helder weer de Stille Oceaan. Onvergetelijk om als copiloot tussen pieken te vliegen die bijna zesduizend meter hoog zijn.

Tracy heeft vijf jaar geleden een nieuw huis gebouwd, zonder twijfel het mooiste pand van Keno City. Tracy is een forse tante. Doortastend, gehard, jaagt op elanden. Met haar wil je geen trammelant hebben. Al vijftien jaar keek ze verlekkerd naar de grond bij de T-splitsing waar nu haar huis staat. Eén probleem: er stond al een groot houten huis van Bob Busch. Maar Bob verdween op een dag. Tracy: ‘Zo gaat dat hier, iemand verdwijnt gewoon.’


Langzaam verviel zijn huis, dieren snuffelden rond, de kou kreeg er vat op. Een koelkast verdween, een gasfornuis, de boiler. Tracy zag het verval hoofdschuddend aan en startte een zoektocht naar Bob. Ze schreef advertenties, betrok de politie erbij en maanden later vond ze Bob in Calgary, levend en wel. Tracy: ‘Bob zei: “Ik kon het gewoon niet meer aan. Ik reed naar Whitehorse om boodschappen te doen, maar kon niet stoppen. Ik moest doorrijden, om nooit meer terug te keren.”’


Tracy kocht het land van Bob, stak het huis in de fik, ruimde de zooi op en bouwde een nieuw huis. Mike kwam in Keno in 1963. Hij is een Italiaanse immigrant, vandaar zijn pizza’s. Zijn vader ging werken in de mijnen, zijn moeder arriveerde een paar maanden later met de jonge Mike. ‘Ze stapte uit, keek even rond en zei: “Hier ga ik niet blijven.” De volgende dag vertrok ze weer naar Italië, zoals de meeste vrouwen zo snel mogelijk weer teruggingen naar de bewoonde wereld. Niemand wil hier blijven. Tegelijkertijd kun je in Yukon zo afgezonderd leven, niemand let op je.’


Er wonen 35.000 mensen in Yukon, waarvan 28.000 in hoofdstad Whitehorse. De rest leeft verspreid over een gebied dat tweeënhalf keer zo groot is als Groot-Brittannië. Mike: ‘Je kunt ongemerkt de gekste dingen doen. Dertig jaar geleden scheurden twee vrienden in een Cadillac de berg op naar Sign Post. Met als doel om pas te stoppen als het ding echt niet meer verder kon.’

The Great Wide Open

In onze jeep kijken we uit op die Cadillac. De missie van de vrienden is duidelijk geslaagd. Het is zelfs een raadsel hoe deze nu roestbruine bolide bovenop de berg vol rotsen is gekomen. In de verte zakt de zon eindelijk achter de bergen. We hebben nul beren gezien. In de schemering beginnen we inmiddels rotsen aan te zien voor beren.


‘Michael, is dat ...?’


‘Neen.’


Gelukkig hebben we een troef; we zitten hier niet alleen voor beren. De hemel is helder, een voor een verschijnen de sterren, er is kans op een aurora borealis. Mijn app AuroraNow geeft een voorspelling van elf procent. Twee dagen eerder, in Inuvik, zagen we het noorderlicht voor het eerst. Diep in de nacht die nog steeds licht was arriveerden we, na een verpletterend mooie rit over de Dempster Highway, de noordelijkste highway ter wereld. Inuvik ligt een paar honderd kilometer boven de poolcirkel, en als ergens het noorderlicht te zien moet zijn, dan daar. De sterren schenen, maar geen idee hoe het noorderlicht te herkennen. Op de campground, waar we moederziel alleen stonden en voorzichtig de tent hadden opgezet na alle waarschuwingen voor beren die we uiteraard niet zagen, zag ik een klein wolkje eigenaardig oplichten. Heel subtiel, om weer weg te trekken en opnieuw heel zacht op te lichten.


‘Michael, is dat niet ...?’


‘Neen.’


De ontkenning was amper uitgesproken of een lange gifgroene band strekte zich uit over de hemel. Hooggeladen deeltjes van de zon botsen met zuurstof- en stikstofatomen die in een hogere energiestand worden geslingerd, weer terug willen naar hun neutrale fase en de verkregen energie loslaten. Dát beetje energie heeft toevallig een golflengte die wij als mensen kunnen zien als een groenig, soms paarsig, gelig of wittig licht. Maar, was dit nu een goed noorderlicht? Was het een zwakke versie? Of kan het beter, sterker?


Om dat te achterhalen zitten we dus al vijf uur te wachten in die jeep. Maar rond half drie ’s nachts, realiseren we ons dat het noorderlicht zich niet laat voorspellen, het kán altijd komen, maar het hoeft niet. Teleurgesteld zet ik de jeep in de versnelling, kijk nog eenmaal door het dakraam en zie dat we alsnog worden beloond. Nu is het licht nog scherper, streepje voor streepje vormt zich een bewegend lint, pulserend met kleine knipperingen. Paarsig steken de strepen de hemel in, overlopend in groen naar de aarde. Het lint lijkt gemaakt van ragfijne zijde, onderaan vallen de streepjes als feeërieke lichtdeeltjes uit elkaar. Ze voelen zo dichtbij, zo tastbaar. Je blijft kijken, je moet kijken, het beeld is nooit hetzelfde. Anderhalf uur duurt de visuele show, verspreid over de hemel, dan dooft het licht.

‘Het noorderlicht laat zich niet voorspellen. Het kán altijd komen, maar het hoeft niet'

En er was licht

Het noorderlicht. Zo mooi als het meestal lijkt op foto’s, niet? En toch is de foto saai bij wat je werkelijk ziet — alles beweegt, glinstert en gaat in elkaar over. Als het heel stil is, hoor je zelfs een zacht gekraak. De invliegende deeltjes, versneld en gebundeld door het magnetische veld aan de polen van de aarde, geven ook een signaal af dat met een very low frequency’ ontvanger omgezet kan worden in een hoog piepend geluid. Check YouTube op The Sound of the Aurora Borealis (Northern Lights) om zelf te luisteren. Creepy!

Complete afzondering

Keno City is Yukon, Yukon is Keno City. Pas als je een paar dagen hebt gereisd, dringt de schaal van dit land tot je door. Elke gereden kilometer maakt je bewust van de afzondering die dat meebrengt. Een afgelegen boerderij of huis is dan niet langer pittoresk − je hoopt dat ze genoeg hout en proviand hebben om de lange winter te overbruggen. De bewoners hier letten op elkaar, zorgen voor elkaar. Iemand die te lang niet van zich heeft laten horen krijgt bezoek, ‘just checking’. Overal liggen korte airstrips voor kleine vliegtuigjes waarmee locals boodschappen doen of bij iemand op de koffie gaan. Een cruciaal verschil in mentaliteit is ook dat de Yukoners leven in gebied dat wordt gedomineerd door dieren. Zoals veel borden aangeven: ‘You are now in bear territory.’ Dat maakt nederig, met respect voor omstandigheden die zomaar kunnen veranderen. Elk jaar worden er mensen, vooral hikers, verrast door een beer. Of beter, zij verrassen de beer door zwijgzaam door de bossen te wandelen. Daarom wandelen de locals hier zingend, met liedjes laten ze de dieren weten dat ze er aan komen.

Op onze reis door de landschappen van Yukon zien we elanden, coyotes, kariboes, geiten, herten en roofvogels. Nog niet gezien zijn de zwarte beren en grizzly’s. Ook ijsberen zakken steeds vaker af van de Noordpool en hele roedels wolven trekken rond. In de winter is het soms zo koud en zijn de wolven door de dikke laag sneeuw zo hongerig dat ze georganiseerd op elanden jagen, toch massieve en krachtige dieren (elke Yukoner zegt het: ‘Pas op met elanden, met hen wil je geen confrontatie’). Soms is de jacht van de wolven zo heftig dat Tracy, Mike en Leo in de winter door hun raam naar opgejaagde elanden staren die samendrommen en bescherming zoeken in de besneeuwde straten van Keno City. Mens en eland, omsingeld door huilende wolven.

En veel meer

Flarden mist trekken vroeg in de ochtend door de bossen over Kathleen Lake. Links ligt de 1995 meter hoge Kings Throne Peak, rechts de 1870 meter hoge Mount Worthington. Achter Kathleen Lake kom je via Louis Lake diep in de Kluane Range terecht. Het dal is immens, en een veilige plek voor elanden en beren. En een prachtige plek voor avonturiers om dagenlang te hiken.

Beergarantie

Elk stadje in Yukon Territory dankt zijn bestaan aan Skookum Jim, Tagish Charlie en George Carmack. Zij vonden een klomp goud in augustus 1896 en veroorzaakten de Klondike Gold Rush. Ruim honderdduizend gelukzoekers trokken naar dit gebied en sloegen kamp op nabij ‘White Horse’ en een strategische plek aan de Klondike River die zich transformeerde tot Dawson City. Het startpunt van de oude Klondike-route is Skagway, een dorp ten zuiden van Yukon, net over de grens in Alaska. In 1896 lag Skagway voor de Canadezen nog in Canada en voor de Amerikanen in de VS. Betwist gebied kortom, dat door beide landen pas in 1903 werd opgelost.


Wandelend door dit toeristische dorp, waar goed gevulde cruiseschepen vanaf de oceaan binnenvaren en aanmeren, staren we dromerig naar een portiek van een fotozaak. Erop, als een tantaluskwelling, een glimmende poster van een vissende zwarte beer. De eigenaar vraagt: ‘En, hebben jullie het naar je zin hier?’ ‘We zijn gefrustreerd,’ zegt Michael. ‘We willen beren zien, maar zien ze niet.’ ‘Awel vriend, dan moet je naar Haines. Daar komen ze uit de bossen om te vissen op zalm in de rivier. Guaranteed.’ Haines, Alaska is alleen tien uur rijden om de meren heen. De veerboot Skagway-Haines is sneller en toevallig gaat er een over veertig minuten. We zeggen alles af, boeken tickets en rijden onze jeep aan boord. Twee uur later bereiken we in de schemering de Chilkoot River.


De weg langs de rivier is smal en mondt uit bij Chilkoot Lake. Halverwege wijzen vijf mensen naar het water. Een ranger begeleidt ze, geeft met zware stem instructies: ‘Kom niet te dichtbij en onthoud: dit zijn wilde dieren.’ We kijken nog eens goed en zien bij de oever, krap dertig meter verder, een kolossaal beest lopen. Erachter volgen twee welpen. Ze lopen naar een ‘zalmhek’ dat over de rivier is gebouwd. Het is een telhek; het water stroomt tussen de spijlen door, de opzwemmende zalmen blijven steken. Mama beer grijpt grote zalmen en slingert ze naar haar jongen. Ze kraken de vis met hun kaken en vreten de kop op − in de hersenen zitten veel vetten die de beren nodig hebben voor hun winterslaap.


Midden op het hek staat Louis de zalmteller. Louis telt voor zijn werk twaalf uur lang zalmen, vanaf zes uur ’s ochtends. Voorovergebogen kijkt hij loodrecht het water in en observeert de enige opening in het hek van een meter breed. In zijn hand heeft hij een notitieblok waarin hij telstreepjes zet als een zalm passeert. Die dag telt hij 974 sockeyezalmen en 309 roze zalmen. Op het hoogtepunt van de zalmtrek telt hij bijna tienduizend zalmen per sessie. Maar klokslag zes uur heeft Louis er genoeg van, wandelt met zijn shotgun het hek af richting zijn truck en verjaagt de visetende beren. In een treintje schieten ze gedrieën de bossen in, moeder voorop.


De volgende ochtend staan we om half zeven langs het water. Louis telt zalmen en langs het hek zitten drie andere zwarte beren. Gisteravond zagen we ook drie grizzly’s langs de oever aan de overkant. Grizzly’s eten vooral blauwe en andere bessen, maar waren nu op zalmjacht. Weer iets later staken in het duister twee zwarte beren net voor ons de weg over. In de paar uur sinds we aankwamen, hebben we elf verschillende beren gezien.


Even denk ik dat het hek elke vorm van wildvissen voor de beren ondermijnt, alsof ze in een restaurant zitten waar ze worden bediend. Maar dat gevoel vervliegt als Speedy en de kids opnieuw hun snuit laten zien. Ze waden door de rivier, ver weg van het telhek. Speedy sleept de een na de andere zalm uit het water, en werpt ze naar haar jongen. De jongen maken er een bloederige slachtpartij van. Zittend met hun achterste in het water scheuren ze tientallen zalmen uit elkaar. Een zware viswalm trekt over de oever.


Ondertussen houden ze ons scherp in de gaten. Geen beweging ontgaat ze. Ik loop naar de kant om ze beter te kunnen zien. Ze zijn dertig meter van me verwijderd. Veel te dichtbij voor dieren die zo gevaarlijk en snel zijn. Maar ze lijken zo knuff elig − er sluipt algauw roekeloosheid in. De beren hier zijn misschien gewend aan mensen, maar ze blijven wild. Bovendien breng ik met mijn lichte roekeloosheid de beren in groter gevaar dan mezelf. Bij een aanval sterft één wezen zeker, en dat is de beer. Hij zal worden opgejaagd en afgeschoten, om de eenvoudige reden dat een aanvallende beer ineens leert dat hij een mens aankan. En zeer waarschijnlijk opnieuw gaat aanvallen.


Als ze verder trekken loop ik voorzichtig mee en bekijk ze achter een haag van lage struiken. Eén beer duikt erachter, en ik verlies hem uit het oog. Voorzichtig schuif ik achterwaarts terug. Als je een beer niet ziet moet je wegwezen. Op vijftien meter afstand stuiven de welpen over de weg de bossen in. Mams volgt en kijkt om. Eerbiedig neem ik meer afstand, en neem Michael mee. Een van de welpen keert terug en gaat naast zijn moeder staan, hoog op twee poten. Enkele seconden bekijken ze ons, dan verdwijnen ze in het woud. Terug naar bear territory, waar wij te gast willen blijven om eindeloos beren te kijken.

Herfstkleuren

Ondanks de grijze wolken komen de herfstige kleuren van de Indian summer al mooi naar voren. Nog een paar weken en grote stukken bos hier aan de rand van het Tatshenshini-Alsek Park, tussen Yukon en British Columbia, zien felgeel. In het zonlicht lijken de bossen soms in brand te staan.

image


..of liever ijsberen spotten in Manitoba?
Klik hier voor meer info>>

Yukon in een oogopslag

Grondgebied waar Nederland 43 keer in past

Een reis per auto door het noordelijk poolgebied van Canada is een van de laatste grote avonturen. Onderweg krijg je niet alleen te maken met extreem lage temperaturen maar ook met uiterst onvoorspelbaar weer. De volstrekte isolatie van het gebied wordt duidelijk aan de hand van een paar statistieken: op een grondgebied waar Nederland met gemak 43 keer in past, wonen amper 75.000 mensen. De plaatselijke bevolking – een combinatie van Eskimo’s, indianen en afstammelingen van Europese immigranten – is uitermate vriendelijk en behulpzaam. De enorme meren Great Slave en Great Bear en de ravijnen van het Nationaal Park Nahanni vormen de grootste attracties. Verder naar het noorden bepaalt de rivier de Mackenzie het leven van de bevolking. De 1.700 kilometer lange rivier is de langste van Canada en wordt tijdens de winter door automobilisten

gebruikt als ‘ijsweg’. Door de opwarming van de aarde wordt deze bijzondere poolroute echter ernstig bedreigd.

Grondgebied waar Nederland 43 keer in past

Een reis per auto door het noordelijk poolgebied van Canada is een van de laatste grote avonturen. Onderweg krijg je niet alleen te maken met extreem lage temperaturen maar ook met uiterst onvoorspelbaar weer. De volstrekte isolatie van het gebied wordt duidelijk aan de hand van een paar statistieken: op een grondgebied waar Nederland met gemak 43 keer in past, wonen amper 75.000 mensen. De plaatselijke bevolking – een combinatie van Eskimo’s, indianen en afstammelingen van Europese immigranten – is uitermate vriendelijk en behulpzaam. De enorme meren Great Slave en Great Bear en de ravijnen van het Nationaal Park Nahanni vormen de grootste attracties. Verder naar het noorden bepaalt de rivier de Mackenzie het leven van de bevolking. De 1.700 kilometer lange rivier is de langste van Canada en wordt tijdens de winter door automobilisten

gebruikt als ‘ijsweg’. Door de opwarming van de aarde wordt deze bijzondere poolroute echter ernstig bedreigd.

Reizen naar Yukon

KLM vliegt dagelijks non-

stop van Amsterdam naar Vancouver. Zie je het niet zitten

om met je auto eerst nog door heel British Columbia te moeten rijden, dan kun je vanuit Vancouver met Air North meteen naar Whitehorse vliegen.

Papieren

Geen visum vereist.

Meer info op www.visum.nl


Bellen en internet

Mobiel bellen is vrijwel onmogelijk. In sommige hotels moet een internetkabel

gehuurd of gekocht worden.

Surfen

www.explorenwt.com

(uitgebreide toeristische info),

www.dot.gov.nt.ca (actuele informatie over toestand van de ijswegen in Canada), www.weatheroffice.gc.ca (weersvoorspellingen).

Lezen

The Milepost 2008, reisgids

voor Noord-Canada en Alaska met een goede kaart maar soms nogal summiere beschrijvingen, Kris Valencia, € 25; Loney Planey

Canada, 2008, € 21.


Oppassen

Koop in Canada poolkleding

en, voor het geval je auto

het begeeft, poolslaapzakken.

Een satelliettelefoon en GPS zijn

onontbeerlijk. Vraag locals naar

de weersverwachting en mogelijke gevaren onderweg. Sluit je aan bij een groepje Eskimo’s als je de ijsweg

opgaat – zij kennen de

route op hun duimpje

IN SAMENWERKING MET