SUNSHINE COAST


Vrijhaven voor hippies

Lege, schone straten, een voorbijschuifelende senior en dikbeboste bergen zover het oog reikt: in eerste instantie maakt de Sunshine Coast de indruk van een brave, wel érg schilderachtig gelegen suburb. Maar het zachte klimaat trekt niet alleen welgestelde gepensioneerden uit Vancouver aan. Ook verstokte hippies, dakloze dichters en trotse indianen hebben hun ziel aan de Sunshine Coast verpand.

Door: fotograaf Rogier Timmerman en schrijver Koen-Machiel van de Wetering

Het vuur in The Nest brandt. Wes (45), een sjofele man in een appelgroen ijshockeyshirt, leest met een door sigarettenrook geblakerde stem voor uit eigen werk.


For 5 years this mountain forest has

been my home, my sanctuary

It has protected me,

made me whole,

kept me sound


Now it asks that I do something strong

take a little of her

into my body with each living breath


Het dichte sparrenwoud, vol spechten en adelaars, weergalmt zijn zware bas. ‘Toen ik hier net kwam wonen, krioelde het in mijn tent van de muizen. Ik wilde geen gif strooien, dus heb ik een keer met een stok in mijn hand gewacht tot er één naar me toe kroop. Toen hij dichtbij genoeg was dat ik hem kon raken, heb ik al mijn chi-energie door de stok gejaagd. Zijn oogjes werden milky white, hij versteende compleet, en pas na een paar seconden besefte hij: hee, ik leef nog! Toen rende hij naar zijn vriendjes en begon een hoop herrie te maken. Sindsdien heb ik van muizen nooit meer last gehad.’


Als Wes zijn gedichten voordraagt, bloeit de performer in hem weer op. In de viskom van de grote stad maakten de meisjes ooit graag met hem kennis en werden de biertjes hem na een concert gratis aangeboden. Maar die oppervlakkige populariteit werd hij al snel beu.


Via Winnipeg, Toronto en Vancouver kwam de tai chi-liefhebber in 2000 in Roberts Creek terecht, waar hij in de bergen The Nest optuigde: een tochtige tipi van takken en plastic dekzeil. Iets verderop bouwde Lalo met haar vriend eerder een vergelijkbare hut: Peace Camp. Verder is er in het hele bos geen mens te bekennen. Wel kreeg Wes een keer onverwacht bezoek van een kapbedrijf, maar dat liet zijn nederzetting tot zijn stomme verbazing onberoerd. ‘Ik ben hier niet gekomen om het bos te redden. Het was andersom: het bos moest mij redden. Maar het is mooi dat het kapbedrijf nu een stuk van het bos heeft laten staan omdat ik hier woon.’

‘Ik ben niet hier gekomen om het bos te redden'

Robert's creek
Hippie van het eerste uur
Peter Light geniet voor zijn trailer van een sjekkie.

Draft Dodgers
Wes is niet de enige die de maatschappij de rug toe heeft gekeerd. Aan het einde van de jaren ’60 oefende het kalme kuststadje Roberts Creek (2.800 inwoners), wegens de uitgestrekte bossen waar je makkelijk onopgemerkt kan blijven en nabijheid tot Vancouver, een grote aantrekkingskracht uit op Amerikanen die weigerden in Vietnam te gaan vechten. Draft dodgers (dienstweigeraars) en deserteurs vluchtten de grens over naar het liberale Canada, met in hun kielzog hippies, vredesactivisten en tokers (blowers). Mede hierdoor ontwikkelde de dunbevolkte Sunshine Coast zich tot een hotspot voor artistiekelingen: van de 30.000 inwoners verdienen op dit moment zo’n 1.000 mensen hun geld met kunst. En hoewel Roberts Creek allesbehalve de indruk wekt van een trotskisties-leninisties bolwerk, hangt er op enkele plekken nog steeds een sterke alternatieve vibe.


Eén van die plekken is The Gumboot. Op het prikbord hangen aankondigingen van healings, earth dances en spirituele workshops, boven het café is een winkel vol geneeskrachtige natuurstenen gevestigd en op het terras wordt rustig een jointje gerookt. Ali, een dj, vj en kunstenaar uit Iran, houdt een lang, kritisch betoog tegen de corrupte burgermaatschappij. ‘Iedereen zit hier tot over zijn oren in de wiethandel: het is een industrie waar jaarlijks zes miljard dollar in omgaat. Vancouver staat niet voor niets bekend als Vansterdam.

De regering is vreselijk hypocriet: als de apparatuur van een wiethandelaar in beslag wordt genomen, kan hij die op een politieveiling gewoon weer terugkopen. Of de politie verkoopt de spullen aan de andere kant van de grens zélf door.’


Hij wijst op zijn schoenen – een soort kruising tussen Indiaanse mocassins en Arabische sultansloffen – en vertelt dat hij die heeft gekregen in ruil voor een grafisch ontwerp. Ook zijn broek en tas heeft hij dankzij ruilverkeer bemachtigd. ‘Ik wil echt op een andere manier leven’, zegt hij vastberaden. ‘Ik weiger mee te doen aan de kapitalistische ratrace.’

Robert's Creek

Wegens het zachte klimaat worden aan de Sunshine Coast steeds meer vakantiehuizen gebouwd.

Commune

Ook negen kunstenaars die een paar kilometer buiten het centrum van Roberts Creek in een commune wonen, proberen het slijk der aarde zoveel mogelijk buiten hun levens te houden. Toch beschikken ze over een prachtig houten huis mét satellietschotel, verscholen achter het groen naast de snelweg en omringd door een moestuin, kippenren en paardenstal. Ze huren het huis gezamenlijk (voor 700 euro per maand), komen uit alle delen van Canada en verkopen of ruilen hun werk binnen de kunstenaarsscene van Vancouver en de Gulf Islands. Wendy is zilversmid, True schilder, Medrone timmerman en Ocean maakt leren fantasy-jasjes. Paardenmenner Ian twijfelt er niet aan dat het kapitalistische wereldsysteem binnenkort in zal storten: ‘We weten dat we nog niet helemaal zelfvoorzienend zijn, maar dit is tenminste een begin. We’re setting the stage for our kids.’


De bamboespecialist

Het moet hun idealistische buurman Peter Light (64), hippie van het eerste uur, als Woodstock-muziek in de oren klinken. Zeventig essays heeft hij in zijn kleine caravan liggen, waarin hij de principes van permaculture (biologische en duurzame landbouw) en het wonen in een commune gedetailleerd heeft uiteengezet. Gemoedelijk lurkend aan zijn wietpijpje vertelt hij op het stro rondom het kampvuur zijn levensverhaal, terwijl zijn hondje Boo (een jaren zestig-woord voor marihuana) enthousiast een witte teddybeer berijdt. ‘Nadat ik een jaar zoölogie had gestudeerd, werd ik op mijn negentiende drop out. Ik ben drie jaar door het hele land getrokken als fulltime vredesactivist, heb als city hippie in Toronto voor de eerste keer lsd gebruikt en kwam daar in contact met de back to the land movement. In de summer of love van ’67 ben ik samen met mijn eerste vrouw en vier weken oude dochter River naar de Sunshine Coast getrokken, om definitief uit het systeem te stappen.’


Peter had geen dime op zak, maar wel genoeg voedsel voor drie maanden plus een flinke dosis jeugdig enthousiasme, ‘mother of all invention’. Hij bouwde in de wildernis van Storm Bay zijn eigen huis, plantte gewassen en leefde zo jaren achter elkaar volmaakt gelukkig. ‘Ik hoefde helemaal niets te doen, just be’, zucht hij met glinsterende ogen. Maar toen Peter en zijn tweede vrouw in 1978 uit elkaar gingen, spatte zijn utopie uiteen. Nu woont hij in een kleine trailer naast de Sunshine Highway, en staat een tweede trailer – bedoeld voor een eventuele nieuwe vriendin – er verlaten bij. ‘In one way I feel I beat the system’, blikt hij terug terwijl hij zijn hand bedachtzaam door zijn lange, grijze baard haalt. ‘Maar ik heb helaas niet meer de energie om me volop voor een andere maatschappij in te zetten.’


In zijn tuin heeft Peter honderd soorten bamboe geplant, waarmee hij als hovenier af en toe wat bijverdient. Zijn belangrijkste bron van inkomen is – getuige de Honk for hemp-sticker op zijn trailerdeur – echter een heel ander gewas. Niet dat Peter veel geld nodig heeft: de bonen, kiwi’s, vijgen, bramen en boerenkool in zijn wilde eco-tuin zorgen voor een gevarieerd dieet. Om van de uitbundig groeiende waterplanten in het slootje naast zijn oprijlaan nog maar te zwijgen: ‘Koken, beetje sojasaus erover en smullen maar. Life can be so simple.’

Sweatlodge

Toen Peter in 1967 zijn commune aan het inrichten was, voer er een indiaan in een kano langs die hem belangstellend gadesloeg. Peter ziet de ontmoeting als het begin van een interessante kruisbestuiving: de hippies lieten de natives kennismaken met ‘pot and long hair’, terwijl ze zelf allerlei traditionele rituelen overnamen. Zo leende Peter de talking stick van de Shishalh-stam uit Sechelt, waarmee hij fire circles organiseerde: discussieavonden rondom een kampvuur waarbij alleen de houder van de stok het woord mag nemen. Ook de sweatlodge, een intense sauna-ceremonie waarin wedergeboorte centraal staat, keken de hippies af van de indianen.


Volgens Morgan Wells (63), assistent-chief van de Lil’wat-indianen in Pemberton (vlakbij het luxe ski-resort Whistler), is de zweethut echter een heilig ritueel, dat je niet zomaar voor de lol een keer kunt uitproberen. ‘Een rodeorijder gebruikte de sweatlodge ooit om samen met zijn vrienden de Great Spirit om overwinningen te vragen. Hij won alle wedstrijden, maar verloor het contact met zijn vrienden. Toen hij een elder vroeg wat hij moest doen om zijn vrienden terug te krijgen, kon deze hem niet meer helpen. Want alles waarvoor je in de sweatlodge bidt, is onomkeerbaar. Het is serious, serious business.’


Wells, die een petje draagt met de opdruk ‘Native Pride’, is een van de weinigen in het Lil’wat-reservaat die niet naar een katholieke residential school is geweest. Die scholen – waarvan de laatste in 1973 gesloten werd – lieten bij veel inwoners enorme littekens achter, omdat ze kinderen verboden hun traditionele taal te spreken. ‘Ze gingen net zo lang door met ons slaan tot we huilden’, zegt Wells’ verlegen echtgenote zachtjes. Ook seksueel misbruik kwam regelmatig voor. Cyrill Gabriel, wiens bijnaam Big One is omdat hij als kind een Bigfoot zou hebben gezien, kan erover meepraten. ‘Als mijn vrouw op school met haar broers en zussen praatte, werd haar onderbroek omlaag getrokken en werd ze geslagen waar iedereen bij was. Acht jaar geleden zijn we voor een healing teruggegaan naar dat gebouw. Mijn vrouw begon helemaal te trillen, maar ik zei: “Sweetheart, those people are dead and you are still alive. Sla op deze trom alsof je die mensen slaat. Stand tall.” Sinds die dag is mijn vrouw een nóg trotsere native geworden dan ik.’

Mount Currie

De zus van assistent-chief Morgan Wells verblijft al een maand aan het Lillo'oitmeer om op een traditionele manier zalmen te roken.

Back to the roots

Cyrill hoefde zelf gelukkig niet naar een kostschool. Zijn vader weigerde hem en zijn acht broers aan de katholieke hersenspoelers over te leveren. Consequentie was wel dat hij twee jaar in de cel doorbracht en daarna – zoals zovelen in het armoedig ogende reservaat – meer dronk dan goed voor hem was. Pas op zijn sterfbed vertelde hij zijn zoons waarom hij gevangen had gezeten.


Het vervulde Cyrill met trots en versterkte hem in zijn opvatting dat de white man’s way niet de zijne is. ‘Mijn vrouw en ik hebben weer geleerd not to worry about missing our soap opera. Geld gebruiken we nauwelijks: we leven van wat het land ons geeft.’ Ook Morgan probeert de traditionele manier van leven in het reservaat te herintroduceren. Hij is bezig met een serie films voor schoolkinderen, die tonen hoe je vis vangt, geneeskrachtige kruiden herkent en op herten jaagt. En hij zet zich in om het land van zijn voorouders terug te krijgen. ‘De regering wil precies weten welke stam aanspraak maakt op welke grond. Maar het vaststellen van grenzen is typisch een blanke aangelegenheid: voor ons als First Nations is dat iets volstrekt kunstmatigs.’

‘Ik hoefde helemaal niets te doen, just be’

Lillo'oitmeer

Een visser trotseert het monster van Lillo'oit, dat elk jaar een paar mensen spoorloos doet verdwijnen.

Het monster van Lillo’oit

Op een rotsig kiezelstrand, geboetseerd door de oeroude gletsjers en vol met gigantische aangespoelde boomstammen, kijkt Gerald (bijnaam: Indian Boy) toe hoe zijn negen vers gevangen zalmen staan te drogen rondom het vuur. De vissen komen uit het glasheldere Lillo’oit-meer aan de voet van de besneeuwde Mount Currie, waar alleen de 300.000 knoeperds van zalmen doorheen trekken. De visvangst is niet zonder gevaar, vertelt Gerald: ‘In het meer huist een wezen dat zich nooit laat zien, maar elk jaar een aantal mensen spoorloos laat verdwijnen. Ook dit jaar zijn we al meerdere vissers kwijtgeraakt. They just disappeared.’


Zijn aanstaande zwager Alan rilt: ‘Toen ik net op het water was, voelde ik me totaal niet op mijn gemak.’ Toch lijkt hij, net als de hippies, niet bang voor wat vrijblijvend contact met het bovenaardse: ‘Een tijdje geleden heb ik magic mushrooms genomen in het bos. Dat was erg grappig: uit de hemel dwarrelden paarse sneeuwvlokken, zo groot als een football. En als de wind een bepaalde kant op blies, waaiden alle bomen mee. Waar ik ook liep, het bos ging zó voor me aan de kant.’

'Uit de hemel dwarrelden paarse sneeuwvlokken'

Spiegeltje, spiegeltje

De lagunes bij Nimmo Bay zijn soms spiegelglad. Geen zuchtje wind, geen rimpel in het water.

Ga beren spotten nabij de Sunshine Coast

Sunshine Coast in een oogopslag

Skiën én strand

De Sunshine Coast heeft het zachtste klimaat van heel Canada en is een zeer toegankelijke plek voor iedereen die houdt van typische outdoor sports als kayakken, mountainbiken, vissen

en hiken. Wie in het voorjaar gaat, kan de

ene dag skiën of snowboarden op Whistler Mountain en de volgende dag op het strand van de zon genieten.


Bovendien is een bezoek aan de Coast, met zijn kristalheldere rivieren en ongerepte bossen, uitstekend te combineren met een citytrip naar Vancouver. De Canadezen zijn vriendelijk en laidback, en benadrukken telkens dat zij een hele andere mentaliteit hebben dan de schreeuwerige Amerikanen. Wie kiest voor de Sunshine Coast ziet misschien niet het meest overweldigende deel van Canada, maar keert wel heerlijk uitgerust en vol vertrouwen in de goedheid van de mensheid terug.


Skiën én strand

De Sunshine Coast heeft het zachtste klimaat van heel Canada en is een zeer toegankelijke plek voor iedereen die houdt van typische outdoor sports als kayakken, mountainbiken, vissen en hiken. Wie in het voorjaar gaat, kan de ene dag skiën of snowboarden op Whistler Mountain en de volgende dag op het strand van de zon genieten. Bovendien is een bezoek aan de Coast, met zijn kristalheldere rivieren en ongerepte bossen, uitstekend te combineren met een citytrip naar Vancouver. De Canadezen zijn vriendelijk en laidback, en benadrukken telkens dat zij een hele andere mentaliteit hebben dan de schreeuwerige Amerikanen. Wie kiest voor de Sunshine Coast ziet misschien niet het meest overweldigende deel van Canada, maar keert wel heerlijk uitgerust en vol vertrouwen in de goedheid van de mensheid terug.

Beste reistijd

Volgens bronnen ter plaatse: april/mei tot september.

Reizen binnen de Sunshine Coast

Als je alleen de Sunshine Coast wilt bezoeken, kun je het beste een auto huren.

Huurauto

Huur een auto in Vancouver en neem vanaf Horseshoe Bay de ferry naar Langdale. Rij de Sunshine Coast af tot Earls Cove en steek over naar Saltery Bay. Vanuit Powell River neem je de ferry naar Comox op Vancouver Island. Dit eiland (dat bijna even groot is als Nederland maar waar slechts 750.000 mensen wonen) verlaat je weer via Nanaimo. Onderweg zijn er talloze mogelijkheden om te kayakken, mountainbiken, walvissen te spotten of een watervliegtuig te huren.

Vermaak

Voor een wild nachtleven kun je beter een andere bestemming kiezen, maar als je wilt relaxen in de prachtige natuur ben je hier helemaal op de juiste plek. Sluit de tour af met een bezoek aan Vancouver, dat wegens zijn tolerante klimaat bekendstaat als de Canadese variant van San Francisco.

Surfen

sunshinecoastcanada.com biedt uitgebreide toeristische

info over de Sunshine Coast.

Prikken

Geen vaccinaties aanbevolen.

Papieren

Als toerist dien je in het bezit te zijn van een geldig

Nederlands paspoort voor de gehele duur van je verblijf. Hiermee kun je maximaal zes

maanden in Canada verblijven.

Lezen

Romancing Mary Jane. Hilarisch, waargebeurd

verhaal van een filmproducent die zich terugtrekt uit de stad om aan de Sunshine Coast wiet

te gaan verbouwen. Michael Poole, ISBN 1550547496.

Betalen

Pinautomaten zijn overal aanwezig. Ook kun je

vaak met een creditcard betalen.

Oppassen

Eet niet in de buurt van je tent: beren schijnen

etensresten van ver te kunnen ruiken. Vergeet

ook niet na het tandenpoetsen het dopje stevig op de tube te draaien: als beren ergens dol op

zijn, dan is het wel tandpasta.

IN SAMENWERKING MET