Quebec


Outback Quebec

In Quebec, een verrassend onontdekte provincie in het oosten van Canada, gaan we op zoek naar leegheid, oneindigheid, nietigheid en, vooruit, mannelijkheid.

Door: fotograaf Marije van de Vlekkert en schrijver Jan Hahn

Quebec. Die naam zegt mij vooraf maar drie dingen. Eén: het ligt in Canada. Twee: de mensen spreken er Frans. En drie: vanuit Quebec kun je uitstekend Groenland aanvallen. Als je van Risk houdt, tenminste. O ja, en het is groot. Heel groot. De doorsnede van enkel deze Canadese provincie betreft nog meer dan de afstand Amsterdam-Sint Petersburg, zo heb ik uitgerekend. En als ik op een grote kaart de oppervlaktes bekijk, noteer ik dat Nederland 37 keer in Quebec past. Dat lijkt mij vrij leeg.


Op het eerste gezicht ben ik helemaal niet geschikt voor outback Quebec, voor jagen en vuur maken. Hoe mooi het mij allemaal ook lijkt, ik ben een onhandige, geëmancipeerde Randstedelijke schrijver. Ik ben geen durfal en geen kluizenaar. Ik heb geen handen als kolenschoppen, geen baardgroei en mijn houthakkershemd ben ik vergeten. Laat staan dat ik überhaupt weet hoe je met een bijl op een stuk boomstam inbeukt.


Mijn vrienden zullen mij uitlachen als zij deze reportage lezen. Geert Jan die outback Quebec ontdekt en de beschaving verlaat? Dat is als een leeuw op de Noordpool plaatsen: geen kans op overleven.


En toch ga ik het proberen.


Tour de Quebec

On y va! Daar gaan we, in onze gehuurde voiture. Op zoek naar leegheid, oneindigheid, nietigheid en vooruit: mannelijkheid. Onze rondreis door Zuid-Quebec leidt ons vanuit de grote stad Montreal langs de eerste loofbomen die overgaan in naaldbomen. Langzaam maar zeker beginnen we ons klein te voelen. Precies wat we willen. We trappen onze auto op zijn lolly en zetten de volumeknop op tien. De muziek is even een overgang, want van de Engelstalige Leonard Cohen belanden we ineens in Francocountry. Al gauw bouwen we een vriendschap op met zenders als La Tuque FM. Fotograaf Marije ontwikkelt zelfs een heuse Shazam-relatie met onze autoradio. Daniel Boucher. Salomé Leclerc. Raphaël Dénommé. Artiest na artiest wordt toegevoegd aan onze Outback Quebec-playlist.


Een auto heb je nodig om de Canadese leegheid te bereiken. Maar om de leegheid te ervaren, moet je juist weer van de weg af. Je moet aan de rand van één van die miljoen meren in Quebec staan, met aan de ene kant oneindig veel water en aan de andere kant miljoenen bomen. Alsof je een schilderij van Bob Ross bewerkt en denkt, alleen is ook maar alleen. ‘Let’s give this nice tree a little friend, there, you know how I love trees.’ En die boom heeft ook weer een vriend nodig. En die ook. En die ook.


Tijdens onze eerste dagen, over die klassieke eindeloze wegen met altijd wel een kronkelende rivier aan je zijde, zoeken we naar dat Outback Quebec-gevoel. Maar de eerste nationale parken die wij bezoeken zijn zo netjes aangelegd, dat je veel te veel je best moet doen om erin te verdwalen. Het aantal andere bezoekers is op één hand te tellen, maar een omgeving met elektriciteit, stromend water, bankjes en prullenbakken voelt toch te gestructureerd.


Moeten we dan dagen achter elkaar gaan rijden, om pas te stoppen op ruikafstand van Groenland? Dat we de laatste Inuit (tegenwoordig de officiële aanspreektitel voor de eskimo) passeren, nog één keer au revoir zeggen, en dan opgaan in die schier onvindbare middle of nowhere? Oneindigheid moet ergens beginnen. Maar misschien kan dat ook iets dichterbij?


Schipper mag ik overvaren?
Aan de rand van het nationale park La Mauricie loopt de Matawin-rivier. De naam van deze rivier stamt af van ‘Matawane’ en betekent ‘de rivier die snel valt’. De taal is Algonkian, van de Alonquin, een inheems volk dat tegenwoordig vooral nog in Quebec woont. Er zijn in Quebec nog zo’n 11.000 Alonquin over, verdeeld over diverse stammen.

Einde Beschaving
Een paar dagen later. In een aftandse caravan staat een man met paardenstaart koffie voor ons in te schenken. Zodra hij de mokken aan ons heeft overhandigd, maakt hij gebaren met zijn vrijgemaakte handen. ‘Dit hier is het laatste stukje beschaving.’ Dan wijst hij naar buiten door het raam van zijn caravan richting het ondoordringbare bos. ‘En daar eindigt het.’


De man heet Éric Pichette. En zijn opmerking fascineert mij. Het einde van de beschaving. Daar woont deze man dus gewoon naast. Sterker nog, wij slapen vannacht zélf ‘op de rand van civilisatie’ − onze tenten staan opgesteld naast zijn caravan.


Het gepruttel van koffie wordt overstemd door gejank van een huskyhond. Met een toonhoogte die de zanger van A-Ha in het nummer Take on Me werkelijk waar nooit heeft bereikt, galmt zijn gehuil door de bossen van heel Lac Simon, en verder. Het is Gailleur, één van de liefst 46 husky’s die Éric momenteel heeft. Gailleur was uit de beschaving ontsnapt en keerde na uren in de woeste wildernis terug als een volgeprikt speldenkussen; hij heeft in een stekelvarken gebeten. De stekels zitten op zijn neus en zelfs in zijn gehemelte. Éric probeert de stekels één voor één te verwijderen. Het nodigt andere honden en wolven in het hele gebied uit om de jankende Gailleur na te doen.


Het is zomer, maar de huskyhonden zijn al in training voor de winter. Naast 46 husky’s heeft Éric ook dertien sledes klaarstaan en zes sneeuwscooters. Meute Tanwen (‘Groep van Wit Vuur’) heet zijn bedrijf. In de winter is alles wit en open, nu is alles groen en dicht. Onlangs heeft Éric de hele onverharde straat opgekocht, waar later zijn huis komt. De zestien hectaren die hij bezit is de beschaving, de aangrenzende grond is niemandsland van de staat. Duizenden vierkante kilometers die in principe toegankelijk zijn voor iedereen, maar die niemand bewandelt. Alleen houtkappers en houthakkers komen in die oneindigheid. En Éric. Hij hoopt daar op termijn een paar trekkershutjes te mogen neerzetten, zodat hij zijn dagtripjes met de husky’s kan uitbreiden en de toeristen op sleeptouw kan nemen voor meerdaagse tochten.


Übermensch met een musette

In een vorig leven was Éric muzikant. En een goede ook. ‘Ik reisde heel Noord-Amerika door. We maakten folkloremuziek. Ik verdiende er goed geld mee, en kon daar uiteindelijk ook mijn eerste investeringen in de huskyhondenbusiness mee doen.’


Het is vrij zeldzaam dat Éric de beschaving inrijdt. Maar vandaag is de Dag van Sint Johannes de Doper, wat ook Quebecs fête nationale is. Éric is uitgenodigd om te spelen op een festival in Laval, een voorstad van Montreal. Hij speelt de musette, een Frans zusje van de doedelzak. Zijn muzikale partner is Alison Gowan, die op haar beurt klankkleuren uit een veertiende-eeuwse draailier haalt. Een middeleeuws folkloristisch optreden in een land dat pas 152 jaar bestaat. Dat klinkt gedurfd.


Wat opvalt, is het woord nationale. Voor zover wij weten is Quebec nog altijd een regio van Canada. Weliswaar met verregaande autonomie, maar toch, het is geen apart land. Zelfs niet in Risk. ‘Wij noemen het een nationale feestdag, omdat dit nou eenmaal ons feest is,’ zegt Alison. ‘Wij zijn katholiek en Franstalig. De rest van Canada niet. Dus vieren wij dit Doopfeest. De rest van het land viert Canada Day. Dat is bij ons niet belangrijk.’ Maar moet je dat dan een nationale feestdag noemen, vragen wij. Alison en Éric praten een beetje om een antwoord heen, maar zien duidelijk het probleem niet. ‘Canada is geen land, maar een federatie. Het is te groot om één land te zijn, en we zijn te verschillend. Ooit is er een spoorlijn dwars door Canada aangelegd, met de bedoeling om het land te verenigen en iedereen uiteindelijk dezelfde taal te laten spreken. Maar die tactiek riep en roept hier in Quebec agressie op. Wij willen onze identiteit behouden.’

Kamperen op het water

Het lijkt ons dé back-to-basic-uitdaging van Quebec: een meerdaagse kajaktour op Fjord du Saguenay. Wel zelf je vis vangen, natuurlijk.

Quebexit

De emoties zijn wisselend. Vergelijk het met Spanje; Quebec heeft wel wat weg van Baskenland of Catalonië. Of van Groot-Brittannië binnen de Europese Unie. 25 jaar terug leek het zelfs uit te lopen op een Quebexit. Een onafhankelijkheidsreferendum werd door de voorstanders met slechts één procent verloren. ‘Maar dat gevoel van onafhankelijk moeten zijn, is nu wel echt minder geworden,’ zegt de 53-jarige Guy, een pensionhouder uit Shawinigan. ‘Je hebt de federalisten, die willen dat Quebec binnen Canada blijft. En de soevereinisten, die vinden dat de Franse taal alleen maar kan overleven als Quebec zelfstandig doorgaat. Er is altijd discussie, er is altijd debat, maar als er nu een referendum zou worden gehouden, zouden de voorstanders van onafhankelijkheid dat nooit meer kunnen winnen.’


Guy doelt daarmee op de groei van de meer kosmopolitische steden. Zo ontwikkelt Montreal zich richting een tweetalige stad, met Frans én Engels. ‘Maar dat is Canada, weet je, een land met zo veel culturen. Francofonen, Anglofonen, First Nations, en daarna gebouwd op migranten. Zelf ben ik half-Hongaars. Dat wil ik uitdragen. Maar ik ben óók Quebecois én Canadees.’


Toch wordt in het grootste deel van Quebec een vrij harde taalpolitiek gevoerd. Taal staat hier immers gelijk aan identiteit en natiewording. Wil je meedraaien in Quebec, dan spreek je Frans. Dat geldt ook voor een groot deel van de inheemse volken, die in Canada First Nations worden genoemd. In Quebec zijn het er niet veel, enkele tienduizenden. Er is na een schuldbetuiging van de regering-Trudeau voor het verleden een regeling afgesproken; de First Nations krijgen land van de regering en mogen daar doen wat ze willen. Vergelijk het deels met de regeling voor de Molukse wijken in enkele steden in Nederland, maar dan in extreme vorm.


‘Het idee is goed, maar de uitvoering niet altijd,’ stelt Veronique, die samen met haar man Mike een B&B runt. ‘Hier bij Lac Saint Jean heb je een gemeenschap die heel goed functioneert binnen het huidige Canada. Maar er zijn gemeenschappen waar geen vrouwenrechten zijn, geen homorechten, waar een stammencultuur heerst met een hiërarchie waarbij alle inkomsten van de gemeenschap door het stamhoofd worden verdeeld.’ Veronique laat een pauze vallen. ‘Er zijn zelfs plekken waar jij, met je blonde haar en je witte huid, misschien niet eens levend uit zou terugkeren. En geen enkele overheid heeft daar ook maar iets over te zeggen, want het is het land van de First Nations. Dat is een enorme worsteling, niet alleen voor Quebec, maar voor heel Canada.’


Éric Pichette is vijfde generatie indiaan. Dat betekent dat zijn betovergrootmoeder tot een indianenstam behoorde en hij dus indiaans bloed heeft. ‘Tot acht generaties terug kun je laten aantonen dat je van indiaanse afkomst bent.’ Veel Quebecois laten dat volgens Éric uitzoeken, zodat ze van de voordelen kunnen genieten. Zo kun je een Indian Card krijgen, waardoor je geen wapenvergunning nodig hebt en voor de seizoensopening van de jacht al achter wilde dieren mag aangaan.


Tegelijkertijd is de indiaanse cultuur in Quebec protectionistisch. De eerste band waarin Éric speelde had een indianennaam, maar al gauw volgde er telefoontjes. ‘Een ander bandlid werd gebeld met de opmerking hoe ze dit in haar hoofd haalde. Zij heeft geen bloedband, dus dan mag je je op geen enkele manier met de indianen associëren. Ook niet met taal of cultuur.’

In het bos, in het bos wonen indianen

We zijn inmiddels weer in de leegte. Na een paar uur rijden voelt het gek om weer in de natuur te zijn. Het licht, het geluid, de geur; alles is hier anders dan in de stad. Een zomerse trainingsrit met de husky’s zit er helaas nu niet in, maar we pakken graag uit met plan B: vuur stoken. Want na het ervaren van leegheid, oneindigheid en nietigheid moet nog één wens in vervulling gaan; maak van mij een buitenmens, al is het maar een klein beetje.


De rest van de middag legt Éric mij de finesses van een goed kampvuur uit. Met zijn machete hakt hij takken van bomen af en leert mij om boomstammen met behulp van andere bomen te breken. ‘I don’t need a chainsaw!’ pocht Éric. Om vervolgens bijna om te vallen omdat zijn tak niet meebuigt.


We verzamelen berkenschors. Het liefst witte, want die brandt het allerlekkerst. We rapen twijgjes, bij voorkeur naaldboomtakken zonder naalden. Op een open plek in het bos maken we een raamwerk van de grotere takken. In het midden ontstaat een bedje van twijg en schors, dat we aansteken. We hebben brandstof, vuur en zuurstof. Nu nog hitte. Bij een temperatuur van 250 graden Celsius is het vuur ‘levensvatbaar’, legt Éric uit. En een wijze les: zo min mogelijk blazen, want daar koelt het vuur weer van af. Ik notuleer, maak video’s en help Éric waar ik kan. Een echt kampvuur, veilig en doeltreffend, in outback Quebec. Zeker omdat de rook al die muggen verdrijft die ons in dit seizoen op zo’n manier terroriseren dat je toch het allerliefst in een hotelkamer met heel veel airconditioning zit. Nee, niet zeuren nu ik de smaak te pakken heb. Ik heb geslapen in een tent, op veel te harde grond. Ik heb succesvol gekanood op een moeilijk begaanbaar meer. En nu heb ik geleerd hoe ik vuur maak.


Mannelijkheid

Van vuur naar water. Golfjes banen zich een weg tussen mijn blote tenen. Ik sta aan de oever van Fjord du Saguenay, ver bij mijn kampvuur vandaan. Ik staar in de leegte. Blik op oneindig. Ik voel mij nietig, ook hier. Rechts van mij een reeks bomen op een berghelling die maar niet ophoudt. Bob Ross is hier ook geweest.


Ik voel immense baardgroei opkomen. Mijn biceps knallen door mijn houthakkershemd heen. Ik ga te keer met mijn fictieve machete, ik stook vuur, ik vis zalm en ik gril eekhoorns. Canada, maak me los! Ik trek mijn kleren uit, duik in het ijskoude water en doe opzichtig de borstcrawl. Ik ben een stoer buitenmens. Een die het wel een beetje koud heeft.


Met dank aan NBBS Reizen en Éric Pichette.

Tussenstop

Baie Sainte-Marguerite is onderdeel van een meerdaagse hike, waar je ook kunt overnachten in een eenvoudige houten hut. Fantastische zonsondergang en als je mazzel hebt, zie je een witte walvis voorbij zwemmen.

Reis per huurauto door Quebec

Quebec in een oogopslag

Outback Quebec

Ongerept, maar goed bereikbaar: Quebec is een ideale regio voor een klassieke roadtrip of Into the Wild-ervaring. Er zijn 29 nationale parken, die met elkaar de oppervlakte van heel Nederland hebben (maar slechts twee procent van Quebec beslaan). Elk park heeft zijn eigen ecosysteem. En dat is dan nog maar het begin. Quebec heeft ook een miljoen meren, en bevat twee procent van al het zoete water op onze planeet. Smaakt dat naar meer, maar weet je niet waar te beginnen? Start met Zuid-Quebec, daar is al genoeg te zien! Vergeet je zonnebrand niet mee te nemen; er zijn zelfs prachtige stranden.

1 Trek naar het noorden van Fjord du Saguenay

De ruigere en amper toeristische noordkant van Fjord du Saguenay is een pareltje. Voor een simpele roadtrip of wandeling van een paar uur, maar zeker ook voor andere activiteiten. Onze tips: Sla een eerste basiskamp op bij Saint Fulgence. Deze uithoek van de Saguenayrivier is een en al eenzaamheid. Loop ’s avonds het wad op voor een van de mooiste zonsondergangen die je ooit hebt gezien, met felroze luchten.


Neem ook de tijd voor de totaal geïsoleerde Route 172 Nord (Route de Tadoussac) langs de rivierbedding. Op honderden plekken kun je hier wildkamperen tegen een kleine betaling (€ 15) en al deze plekken zien eruit zoals we ons Canada voorstelden: groen, kronkelend water en rust.


Bij het dorp Sacre-Coeur kun je allerlei activiteiten onder begeleiding ondernemen, zoals een natuurtocht met bizons en wolven, en in de winter is dit het startpunt voor sneeuwscooters, hondensleden, langlaufen en ijsvissen bij de Saguenay-rivier.


Langs de noordkant van de Saguenayrivier ligt een van de mooiste trektochten van Quebec: le Sentier du Fjord. Vier dagen en drie nachten hike je in bijna complete stilte, met elke paar kilometer een wisselende omgeving. Overnachten doe je in toffe trekkershutten (€ 22 per nacht, plus standaard park toegang van € 6) of klap je tent uit. Deze glooiende route van in totaal 41 kilometer loopt van Baie Ste-Marguerite naar Tadoussac, met als highlights fabelachtige stranden en een baai waar je in het hoogseizoen witte walvissen kunt zien. Moeilijkheidsgraad is medium voor de geoefende hiker. In de winter kun je deze tocht langlaufen. De auto kun je tegen betaling naar de eindplek van je route laten brengen; vraag dit na in het nationale park.


2 Strand op een strand

Je verwacht het niet bij een gebied dat in het hoge noorden ligt, maar Quebec heeft meer dan 250 publieke stranden. En dan zijn er ook nog onontdekte pareltjes. De uitzichten zijn adembenemend, het water is koud. De stranden die op onze route in Zuid-Quebec liggen zijn Baie de Tadoussac, Petit-Saguenay, Saint-Gédéon, Lac Edouard en onze absolute topper om ’s ochtends jezelf in wakker te wassen: Baie Ste-Marguerite.


3 Kampeer op het water

Met een kajak of kano verken je Quebec op een net iets andere manier. Bijna alle nationale parken bieden wel kajakfaciliteiten aan. Of je huurt een kajak of kano in de buurt van een van de vele meren die Quebec rijk is of leent er eentje van een local. Wat echt het summum is? Een meerdaagse kajaktocht door Fjord du Saguenay. Je treft al het wildlife dat er is, slaapt op anders onbereikbare plekken langs de rivierbedding, en peddelt met een beetje mazzel tussen de witte walvissen door. Regel het bijvoorbeeld via Organisaction, een officiële partner van nationaalparkbeheer Sepaq, organisaction.com


4 Spot walvissen

Ook wij houden natuurlijk van walvissen en dolfijnen. En daar zijn er in Quebec nogal veel van — het is dé plek om ze te spotten. Maar het is niet altijd even makkelijk om dit op duurzame wijze te doen en om het massatoerisme te ontlopen. De duurzaamste wijze is de walvissen vanaf de oever gade te slaan. Halte au Beluga is in het hoogseizoen een hotspot voor de jonge, witte walvissen. In juni of september kun je echter al pech hebben. Dan ben je toch overgeleverd aan de St Lawrence-baai, waar je ze niet mis kunt lopen. De wildgroei aan toeristenboten is al wat ingedamd; het aantal gecertificeerde bedrijven staat nu op 49. Kies voor een kleine zodiac (met maar 12 mensen op een boot) en vertrek vanuit Les Escoumins of Les Bergeronnes. Je ontloopt daarmee de massa in Tadoussac. Prijzen: circa € 40 p.p. voor twee uur varen, € 25 voor kinderen tot 18 jaar. Zoek via parcmarin.qc.ca naar een verantwoord bedrijf. Extra tip: als snorkelen of duiken in ijskoud water je aanstaat, dan is ook dat een duurzaam alternatief voor het bekijken van het (onder-) waterleven. Vraag om een goed wetsuit, want in Fjord du Saguenay is de temperatuur tussen de 1 en 4 graden Celsius. Bij Marine Environment Discovery Centre betaal je enkel een kleine entree van een paar Canadese dollars. Meer informatie via quebecmaritime.ca


5 Ontdek de nationale parken, maar dan anders

Quebec heeft 29 nationale parken. Allemaal verschillend, met andere ecosystemen, flora en fauna. Een niveau daaronder zitten 13 wildlife reserves, die nog ongerepter zijn. Stel, je hebt twee à drie weken in het zuiden van Quebec, kies dan voor een mix uit de parken Plaisance, Oka, Pointe-Tallon, Mont-Tremblant, Jacques-Cartier en het natuurreservaat Papineau-Labelle (hier kun je ook op georganiseerde en diervriendelijke elandenjacht). Deze parken hebben wij deels zelf bezocht en zijn deels de favorieten van enkele parkwachters die wij hebben gevraagd een lijst samen te stellen. Fjord du Saguenay mag je sowieso niet missen. Prijzen: € 6 per persoon dag, kinderen tot 18 jaar mogen gratis naar binnen. Voor € 50 kun je een jaar lang alle Sepaq-parken bezoeken, inclusief één kampeerovernachting. Daar vallen enkele niet onder, zoals La Mauricie (dat van de staat is). Heb je één favoriet park, dan kun je voor € 30 per jaar een pas aanschaffen. Check sepaq.com. Informatie over andere parken, zoals La Mauricie (€ 5), vind je op pc.gc.ca


6 Montréal | AirBnB op Rue Dorion
Je reis begint in Quebec begint goed als je even in- en uitademt in de levendige wijk Plateau Mont-Royal. Deze AirBnB op Rue Dorion is een geweldige uitvalsbasis. Met bbq aan de balustrade, bubbelbad en gezellige terrasverwarmer naast het dakterras én meerdere slaap- en badkamers wil je stiekem niet eens meer weg uit Le Plateau, € 500 voor 3 nachten voor 2 gasten, airbnb.nl/rooms/13072248


7 Desbiens | Maison Zacharie
Deze auberge Boutique ligt op vijf minuten lopen van een uitkijkpunt op Lac Saint Jean. Het is een voormalig klooster dat het nog jonge echtpaar Veronique en Mike van de lokale monniken kochten. Alle zeventien kamers hebben hun eigen interieur en veel details brengen je nog terug in de kloostertijd, vanaf € 52 p.p. (tweepersoonskamer), inclusief ontbijt, maisonzacharie.com


8 Saint-Fulgence | Bergerie La Vieille

Ferme Deze ecolodge van Carmen en Napesh is te gek. Ze erfden in 2002 de schapenboerderij die elk jaar met een nieuw project wordt uitgebouwd. Een gigantische groente- en kruidenkas, een eigen winkel met huisgemaakte producten, ecologische excursies voor kinderen uit de buurt; te veel om op te noemen. Het uitzicht op deze hoek van Fjord du Saguenay is adembenemend, zowel buiten als van binnen in de houten woning, € 175 per nacht voor 2 gasten, minimaal 2 nachten, airbnb.com/rooms/5382884


9 Shawinigan | O-ten-tik
In het nationale park La Mauricie kun je aan een vorm van rustieke glamping doen. Met name een aanrader voor het reizen met kinderen óf minder valide mensen, waar speciale houten tenten voor zijn. Locatie Rivière-à-la-Pêche is een toffe uitvalsbasis. € 85 inclusief belastingen. Zelf je tent opzetten, bijvoorbeeld bij Wapizagonke, kan natuurlijk ook, reservation.parkscanada.gc.ca


10 Anse-de-la-Barge | Refuge
Deze prachtig gelegen maar o zo simpele schuilplaats is onderdeel van de meerdaagse wandeltocht Sentier du Fjord, een van de mooiste hiking trails van Quebec. Een trekkershut voor in de zomer én in de winter, want hout, bijl en kachel staan voor je klaar. Geen water en elektriciteit, dus lekker back to basic. Met nachtmuziek van witte walvissen en wolven, € 22 per persoon per nacht. Boeken via sepaq.com (al gaat bellen soms sneller).


11 Wildkamperen
Kan bijvoorbeeld aan oevers van de rivier, vaak wel tegen betaling (geld kun je achterlaten in een kistje bij een boom), want veel land in Quebec is privaat. Veel Quebecois kunnen gratis én legaal wildkamperen via Crown Land, kampeerterreinen van de staat, maar als buitenlander betaal je een toeslag. Of je gaat bij mensen ‘thuis’ kamperen, zoals wij bij Éric Pichette deden.


Outback Quebec
Ongerept, maar goed bereikbaar: Quebec is een ideale regio voor een klassieke roadtrip of Into the Wild-ervaring. Er zijn 29 nationale parken, die met elkaar de oppervlakte van heel Nederland hebben (maar slechts twee procent van Quebec beslaan). Elk park heeft zijn eigen ecosysteem. En dat is dan nog maar het begin. Quebec heeft ook een miljoen meren, en bevat twee procent van al het zoete water op onze planeet. Smaakt dat naar meer, maar weet je niet waar te beginnen? Start met Zuid-Quebec, daar is al genoeg te zien! Vergeet je zonnebrand niet mee te nemen; er zijn zelfs prachtige stranden.

1 Trek naar het noorden van Fjord du Saguenay
De ruigere en amper toeristische noordkant van Fjord du Saguenay is een pareltje. Voor een simpele roadtrip of wandeling van een paar uur, maar zeker ook voor andere activiteiten. Onze tips: Sla een eerste basiskamp op bij Saint Fulgence. Deze uithoek van de Saguenayrivier is een en al eenzaamheid. Loop ’s avonds het wad op voor een van de mooiste zonsondergangen die je ooit hebt gezien, met felroze luchten.

Neem ook de tijd voor de totaal geïsoleerde Route 172 Nord (Route de Tadoussac) langs de rivierbedding. Op honderden plekken kun je hier wildkamperen tegen een kleine betaling (€ 15) en al deze plekken zien eruit zoals we ons Canada voorstelden: groen, kronkelend water en rust.

Bij het dorp Sacre-Coeur kun je allerlei activiteiten onder begeleiding ondernemen, zoals een natuurtocht met bizons en wolven, en in de winter is dit het startpunt voor sneeuwscooters, hondensleden, langlaufen en ijsvissen bij de Saguenay-rivier.

Langs de noordkant van de Saguenayrivier ligt een van de mooiste trektochten van Quebec: le Sentier du Fjord. Vier dagen en drie nachten hike je in bijna complete stilte, met elke paar kilometer een wisselende omgeving. Overnachten doe je in toffe trekkershutten (€ 22 per nacht, plus standaard park toegang van € 6) of klap je tent uit. Deze glooiende route van in totaal 41 kilometer loopt van Baie Ste-Marguerite naar Tadoussac, met als highlights fabelachtige stranden en een baai waar je in het hoogseizoen witte walvissen kunt zien. Moeilijkheidsgraad is medium voor de geoefende hiker. In de winter kun je deze tocht langlaufen. De auto kun je tegen betaling naar de eindplek van je route laten brengen; vraag dit na in het nationale park.

2 Strand op een strand

Je verwacht het niet bij een gebied dat in het hoge noorden ligt, maar Quebec heeft meer dan 250 publieke stranden. En dan zijn er ook nog onontdekte pareltjes. De uitzichten zijn adembenemend, het water is koud. De stranden die op onze route in Zuid-Quebec liggen zijn Baie de Tadoussac, Petit-Saguenay, Saint-Gédéon, Lac Edouard en onze absolute topper om ’s ochtends jezelf in wakker te wassen: Baie Ste-Marguerite.

3 Kampeer op het water

Met een kajak of kano verken je Quebec op een net iets andere manier. Bijna alle nationale parken bieden wel kajakfaciliteiten aan. Of je huurt een kajak of kano in de buurt van een van de vele meren die Quebec rijk is of leent er eentje van een local. Wat echt het summum is? Een meerdaagse kajaktocht door Fjord du Saguenay. Je treft al het wildlife dat er is, slaapt op anders onbereikbare plekken langs de rivierbedding, en peddelt met een beetje mazzel tussen de witte walvissen door. Regel het bijvoorbeeld via Organisaction, een officiële partner van nationaalparkbeheer Sepaq, organisaction.com

4 Spot walvissen
Ook wij houden natuurlijk van walvissen en dolfijnen. En daar zijn er in Quebec nogal veel van — het is dé plek om ze te spotten. Maar het is niet altijd even makkelijk om dit op duurzame wijze te doen en om het massatoerisme te ontlopen. De duurzaamste wijze is de walvissen vanaf de oever gade te slaan. Halte au Beluga is in het hoogseizoen een hotspot voor de jonge, witte walvissen. In juni of september kun je echter al pech hebben. Dan ben je toch overgeleverd aan de St Lawrence-baai, waar je ze niet mis kunt lopen. De wildgroei aan toeristenboten is al wat ingedamd; het aantal gecertificeerde bedrijven staat nu op 49. Kies voor een kleine zodiac (met maar 12 mensen op een boot) en vertrek vanuit Les Escoumins of Les Bergeronnes. Je ontloopt daarmee de massa in Tadoussac. Prijzen: circa € 40 p.p. voor twee uur varen, € 25 voor kinderen tot 18 jaar. Zoek via parcmarin.qc.ca naar een verantwoord bedrijf. Extra tip: als snorkelen of duiken in ijskoud water je aanstaat, dan is ook dat een duurzaam alternatief voor het bekijken van het (onder-) waterleven. Vraag om een goed wetsuit, want in Fjord du Saguenay is de temperatuur tussen de 1 en 4 graden Celsius. Bij Marine Environment Discovery Centre betaal je enkel een kleine entree van een paar Canadese dollars. Meer informatie via quebecmaritime.ca

5 Ontdek de nationale parken, maar dan anders
Quebec heeft 29 nationale parken. Allemaal verschillend, met andere ecosystemen, flora en fauna. Een niveau daaronder zitten 13 wildlife reserves, die nog ongerepter zijn. Stel, je hebt twee à drie weken in het zuiden van Quebec, kies dan voor een mix uit de parken Plaisance, Oka, Pointe-Tallon, Mont-Tremblant, Jacques-Cartier en het natuurreservaat Papineau-Labelle (hier kun je ook op georganiseerde en diervriendelijke elandenjacht). Deze parken hebben wij deels zelf bezocht en zijn deels de favorieten van enkele parkwachters die wij hebben gevraagd een lijst samen te stellen. Fjord du Saguenay mag je sowieso niet missen. Prijzen: € 6 per persoon dag, kinderen tot 18 jaar mogen gratis naar binnen. Voor € 50 kun je een jaar lang alle Sepaq-parken bezoeken, inclusief één kampeerovernachting. Daar vallen enkele niet onder, zoals La Mauricie (dat van de staat is). Heb je één favoriet park, dan kun je voor € 30 per jaar een pas aanschaffen. Check sepaq.com. Informatie over andere parken, zoals La Mauricie (€ 5), vind je op pc.gc.ca

6 Montréal | AirBnB op Rue Dorion
Je reis begint in Quebec begint goed als je even in- en uitademt in de levendige wijk Plateau Mont-Royal. Deze AirBnB op Rue Dorion is een geweldige uitvalsbasis. Met bbq aan de balustrade, bubbelbad en gezellige terrasverwarmer naast het dakterras én meerdere slaap- en badkamers wil je stiekem niet eens meer weg uit Le Plateau, € 500 voor 3 nachten voor 2 gasten, airbnb.nl/rooms/13072248

7 Desbiens | Maison Zacharie
Deze auberge Boutique ligt op vijf minuten lopen van een uitkijkpunt op Lac Saint Jean. Het is een voormalig klooster dat het nog jonge echtpaar Veronique en Mike van de lokale monniken kochten. Alle zeventien kamers hebben hun eigen interieur en veel details brengen je nog terug in de kloostertijd, vanaf € 52 p.p. (tweepersoonskamer), inclusief ontbijt, maisonzacharie.com

8 Saint-Fulgence | Bergerie La Vieille
Ferme Deze ecolodge van Carmen en Napesh is te gek. Ze erfden in 2002 de schapenboerderij die elk jaar met een nieuw project wordt uitgebouwd. Een gigantische groente- en kruidenkas, een eigen winkel met huisgemaakte producten, ecologische excursies voor kinderen uit de buurt; te veel om op te noemen. Het uitzicht op deze hoek van Fjord du Saguenay is adembenemend, zowel buiten als van binnen in de houten woning, € 175 per nacht voor 2 gasten, minimaal 2 nachten, airbnb.com/rooms/5382884

9 Shawinigan | O-ten-tik
In het nationale park La Mauricie kun je aan een vorm van rustieke glamping doen. Met name een aanrader voor het reizen met kinderen óf minder valide mensen, waar speciale houten tenten voor zijn. Locatie Rivière-à-la-Pêche is een toffe uitvalsbasis. € 85 inclusief belastingen. Zelf je tent opzetten, bijvoorbeeld bij Wapizagonke, kan natuurlijk ook, reservation.parkscanada.gc.ca

10 Anse-de-la-Barge | Refuge
Deze prachtig gelegen maar o zo simpele schuilplaats is onderdeel van de meerdaagse wandeltocht Sentier du Fjord, een van de mooiste hiking trails van Quebec. Een trekkershut voor in de zomer én in de winter, want hout, bijl en kachel staan voor je klaar. Geen water en elektriciteit, dus lekker back to basic. Met nachtmuziek van witte walvissen en wolven, € 22 per persoon per nacht. Boeken via sepaq.com (al gaat bellen soms sneller).

11 Wildkamperen
Kan bijvoorbeeld aan oevers van de rivier, vaak wel tegen betaling (geld kun je achterlaten in een kistje bij een boom), want veel land in Quebec is privaat. Veel Quebecois kunnen gratis én legaal wildkamperen via Crown Land, kampeerterreinen van de staat, maar als buitenlander betaal je een toeslag. Of je gaat bij mensen ‘thuis’ kamperen, zoals wij bij Éric Pichette deden.

Reizen naar Quebec

Je kunt vanaf Schiphol rechtstreeks met KLM en Delta naar Montreal vliegen. Wil je (een deel van) je reis door Quebec laten organiseren, dan kunnen we de

diensten van Columbus-partner NBBS Reizen aanraden, nbbs.nl

Reizen binnen Quebec

Zoals we al eerder schreven: om de leegte van Quebec te bereiken en de nietigheid van het oosten van Canada te ervaren, heb je een auto nodig. Wij boekten via

Sunny Cars. Als Columbus-abonnee krijg je € 25 korting per boeking, columbustravel.nl/abovoordeel. Attention une: de auto moet je met lege tank inleveren. Attention deux: in Quebec worden de snelheden in kilometers per

uur weergegeven, en niet in mijlen. Attention trois: De snelheden zijn ‘flexibel’. Staat er 90 km/u op het bord, dan mag je in de praktijk 105 km/u. Een sterk staaltje

onlogica, in onze ogen.

Oppassen

Let op voor overstekend wild.

Papieren

Regel een e-visum op canada.ca/en/immigration-refugees-citizenship/services/visit-canada/eta.html

Bellen en internet

Een prepaid telefoon- en internetkaart kun je bijna overal kopen. Handig, want in lang niet elk dorp is (goede) wifi. In de steden heb je nog telefooncellen (goedkoop!) met de iconische tekst ‘Bell’ boven de deur.

Lezen

A History of Canada in Ten Maps; Justin Trudeau: The Natural Heir; The Great Canadian Bucket List – Quebec

Surfen

quebecoriginal.ca, sepaq.com, canada.ca

Kinderen mee?
Ja, tenzij je een vijfdaagse kajakexcursie bij Fjord du Saguenay wilt doen.
Beste reistijd
Elk seizoen heeft voor de bezoeker van Quebec wat wils. Zomer voor het groen en het zonnetje, de herfst voor de kleuren, en de winter voor het wit. Quebec is bovendien nog geen enorme toeristenmagneet en dus ook in de zomermaanden prima te bezoeken. September is echter onze favoriet, qua temperatuur, kleur én afwezigheid van muggen; die prikken je in juni en het eerste deel van juli helemaal lek. Let op: door klimaatverandering zijn de winters én zomers tegenwoordig langer in Quebec en duren de herfst en vooral de lente vaak maar kort.

IN SAMENWERKING MET