NEWFOUNDLAND


Into the great
wide open

Als reisbestemming is Newfoundland niet voor elke reiziger weggelegd. Het weer in het uiterste oosten van Canada is wispelturig, net als de temperatuur. Maar wie diep van binnen een existentieel vraagstuk moet oplossen, gaat op dit desolate eiland zeker een antwoord vinden.

Door: fotograaf Malou van Breevoort en schrijver Lars Anderson

Twee bultruggen naast de zodiac blazen lucht en zeewater omhoog, de nevel tintelt in mijn gezicht. De walvissen zwemmen op enkele meters van de boot. Soms krult hun rugvin hoog boven het water. Een teken dat ze dieper gaan duiken − de staart is het laatste wat je ziet. Schipper Paul Gale (48) zegt dat we geluk hebben. Het seizoen in Newfoundland is nog vroeg, dit zijn pas de eerste bultruggen die passeren. Heel verbaasd zijn fotograaf Malou en ik niet over zijn opmerking. Het is eind juni en de temperatuur ligt net iets boven het vriespunt. We dragen winddichte pakken, maar nog steeds is het ijzig koud.


De walvissen hebben weinig last van de lage temperatuur, hoewel de koude zeestroom vanuit Groenland en Labrador er wel voor zorgt dat ze zuidelijker zijn dan gewoonlijk in deze periode. Paul vaart ons rond Quirpon, een van vele kleine eilandjes net iets ten noorden van het grote eiland Newfoundland. Op de punt staat een vuurtoren en daar slapen we. De Quirpon Lighthouse Inn ligt zo afgelegen dat onze aanwezigheid aanvoelt als zelfverkozen verbanning. Voeg daar de kou aan toe plus lange slierten wolken die het eiland inpakken, en je voelt je zo eenzaam dat je overweegt afscheid te nemen van onze wereld.

‘Newfoundland lijkt voor altijd omringd te zijn door mist,’ schreef de negentiende-eeuwse pastoor Louis Legrand Noble in zijn boek After Icebergs with a Painter. ‘Deze wereld is verre van ideaal om te leven. Voor mij een argument om te zoeken naar een ander, beter land.’ Een zinnetje later geeft Noble meteen hoop: ‘Maar o wee als er sprankjes blauwe lucht door de mist glinsteren. Dan is daar meteen dat betere land.’ En daar zijn we naar op zoek, de hele dag, naar dat kleine beetje blauw.

Between a rock and a hard place

Klimmen over de rotsen nabij het dorp Grandois/St. Julien’s. Het dorp is zo goed als verlaten in de zomer, de bewoners trekken eropuit op zoek naar werk in de visserij. Als het weer kouder wordt, komen ze terug om er de winter door te brengen.

Zware tijden
Vanuit de mist doemt een witte muur op, met gemak vijf meter hoog. De ijsbergen die hier drijven lijken geregeld ruimteschepen uit een vreemd universum. Het is moeilijk voor te stellen dat 87 procent van de ijsberg onder water zit − in dit geval nog 33 meter. De ijsblokken zijn verraderlijk. Onaangekondigd kunnen ze omrollen en een nieuwe balans vinden. De grote vloedgolven die de beweging veroorzaakt, kan de boot vol water laten lopen.

De bruine kop van Paul is een verwarrend beeld op Newfoundland, vooral in de afgelegen noordelijke gebieden waar de vissers leven. De meeste vissers zijn lijkbleek door een tekort aan zon. Diepe groeven lopen over de gezichten, ze zijn verweerd door zeewind en zout water. De groeven zijn zo prominent aanwezig dat de gezichten inwisselbaar zijn − de vissers lijken op elkaar, het is lastig iets specifieks te onthouden. Bovendien zijn ze onverstaanbaar. Ze spreken Engels, maar hun dialect is afgeleid van Ierse migranten. En als ze dan praten in dit ruige land, uitgesleten door gletsjers in de ijstijd, mompelen ze in hun grappige taaltje vooral over de slechte visserseconomie.

Nog niet heel lang geleden dreef de economie van Newfoundland volledig op de visserij. Vlak voor het eiland, in de Atlantische Oceaan, liggen de Grand Banks, een verzameling ondiepe, langgerekte plateaus waar de koude Labradorstroom samenkomt met de warmere Golfstroom. Beide stromen brengen voedingsstoffen mee en creëren zo een van de rijkste visgronden ter wereld. Grote scholen kabeljauw zwommen hier bijvoorbeeld. Eindeloos waren de vangsten die wereldwijd werden gegeten, samen met haring, zwaardvis en kreeft.

Maar de commerciële visserij is afgeschaft door overbevissing. Lokale vissers mogen alleen nog voor zichzelf vis vangen om te voorzien in hun levensonderhoud. Ze wonen op de onmogelijkste plekken, in de meest afgelegen dorpjes. Sommige communities bestaan al een eeuw, maar zijn de laatste jaren leeggelopen. Het dorpje Conche had tien jaar geleden nog 1200 inwoners, nu zijn het er nog net iets meer dan honderd. Dorpen stromen leeg. Jongeren vertrekken naar hoofdstad St John, de oudjes blijven achter en sterven uit. Veel communities heffen zichzelf op als er nog een paar mensen wonen. Van de regering krijgen ze een verhuispremie oplopend tot 200.000 dollar. Dat is goedkoper dan de wegen onderhouden en ze van stroom te voorzien. Langs de hele noordkust liggen verlaten dorpjes waar de huizen zijn overgeleverd aan de zeeewind.

Vorig jaar dreef er een ijsplaat binnen die zo groot was dat hij de haven afsloot in de zomer

Baaizonder

De baai achter de vuurtoren van Ferryland. Als de haringen de baai in zwemmen, zwemmen walvissen achter ze aan. Op goede dagen liggen er soms wel vijftig bultruggen in de baai te blazen.

Winter’s still coming

Heel vrolijk begint dit verhaal niet over Newfoundland. En er lijkt weinig te zijn om wél uitgelaten over te zijn. De weg naar het uiterste noorden bijvoorbeeld is lang en eentonig. De parken waar we doorheen rijden zijn minder indrukwekkend dan ik gewend ben in Noord-Amerika. Gros Morne National Park moet het summum zijn van wat Newfoundland te bieden heeft, maar wat ik zie zijn naaldbossen in een heuvelig landschap met een paar meren ertussen. Ik vraag me af of ik volkomen blasé ben door eerdere reizen − of dat het toch echt aan dit land ligt. Ik had het rauw verwacht, levendig, groots. Maar ik zie eentonige landschappen waar hoofdzakelijk gepensioneerde mensen als strooigoed doorheen wandelen.


Hoe verder we wegrijden van hoofdstad St. Johns, hoe groter het contrast. We rijden door kleine dorpjes waar mensen moeten wonen – we zien de auto’s staan. Maar er is niemand op straat, ondanks de donkere wolken branden nergens lichtjes. Sommige enclaves doen me denken aan de afgelegen minidorpjes die je vaak boven de poolcirkel ziet. En toch kán het hier niet zo desolaat zijn, het eiland ligt lang zo afgelegen niet.


Via de kustweg bereiken we Quirpon, waar Paul ons rondvaart in zijn zodiac en terugbrengt naar het verlaten huisje bij de vuurtoren. Het staat nog steeds ingepakt in de wolken. De mist is onverbiddelijk. Ze drijft binnen vanaf de Atlantische Oceaan, daarna is alles onzichtbaar. In het huisje probeert gastvrouw Madonna (72) haar gasten op te vrolijken met koffie en erwtensoep. Maar alle gasten weten dat ze binnen zullen blijven. Het weer is bij iedereen met wie je praat het eerste gespreksonderwerp. De winter is laat, zeggen de inwoners. Terwijl wij eenzaam in het noorden zaten, was er een zomersneeuwstorm in Centraal Newfoundland − er valt zomaar tien centimeter. Op een ander, dichterbij gelegen noordelijk eiland wandelden enkele dagen geleden nog drie ijsberen langs de kustlijn, om erna zwemmend de oversteek te maken naar het vasteland via de Straat van Bell Isle. Deze winter was de Straat bevroren en via het ijs kwamen de beren naar Newfoundland

Iceberg Alley

Kurt Mahle (57) grapt dat je dankzij het weer karakter ontwikkelt. We ontmoeten hem in het dorpje Dildo. Hij staat hout te zagen met een zaagmachine om een hek te maken. En ja, we hebben lachend meerdere foto’s gemaakt van het naambordje langs de weg. Ze adverteren er met hun naam, en ergens staat ‘Kapitein Dildo met zijn enorme inktvis’.


Mahle heeft zijn eigen huis gebouwd, zijn terras kijkt uit over de zee. Hij kijkt gebiologeerd naar tien ijseenden. Grijze wolken hangen net boven het water, vallende regendruppels maken cirkels in het water. Volgens Mahle kan het weer ieder moment omslaan.


‘Newfoundland ligt pal op de lijnen van de straalstroom. De wind kan hier binnen vijf minuten twee keer draaien, soms vanuit het noorden, dan ineens vanuit het zuiden. Weersvoorspellingen zijn praktisch onmogelijk.’ Al drie dagen voorspellen ze morgen toch echt zonneschijn. Tevergeefs. ‘Maar het kan hier heel mooi zijn, ondanks het weer. Als de haringen over een paar weken binnenzwemmen, komen de walvissen. Je ziet ze zwemmen in de baai. En ijsbergen hebben we hier ook. Vorig jaar dreef er een ijsplaat binnen die zo groot was dat hij de haven afsloot in de zomer.’


Newfoundland noemt zichzelf Iceberg Alley. In Quirpon, bij de vuurtoren, kun je ze ’s nachts horen kraken als ze dichtbij genoeg zijn. De ijsbergen, ruim tienduizend jaar oud, breken af van de gletsjers op Groenland. Vervolgens beginnen ze aan een drijftocht van vier tot zes jaar om via de kust van het schiereiland Labrador bij Newfoundland uit te komen. In zekere zin is Newfoundland het kerkhof van ijsbergen, want vanaf hier gaan ze de warmere golfstromen in en smelten ze. Alleen bijzonder grote ijsbergen drijven zuidelijker dan het eiland. En precies daar, een paar honderd zeemijl ten zuiden van hoofdstadje St John, voer de Titanic tegen een ijsberg aan. Welbeschouwd een mirakel.

Enkele dagen geleden wandelden nog drie ijsberen langs de kustlijn, om daarna over te zwemmen naar het vasteland

Aan de rand van de wereld

De vuurtoren op Cahill Point, gefotografeerd vanaf Signal Hill. Laatstgenoemde geeft een prachtig uitzicht over de kustlijn en de Atlantische Oceaan, en ligt dicht bij St. Johns.

Strategisch land

Barbara Genge (82) gooit een brok historisch ijs in mijn whiskey. Ze is de eigenaresse van Tuckamore Lodge, een stijlvol gastenverblijf in het dorpje Main Brook. Als kind waren de ijsbergen voor haar ‘slecht nieuws’. Mei was jaarlijks de maand dat ze met familie ging picknicken. Maar ijsbergen brachten kou met zich mee en bij kou moest ze knellende laarzen aan. ‘Voor mij staan ijsbergen symbool voor pijnlijke enkels.’


Ze is een taaie madam. In 1986 bouwde ze haar eerste lodge. Drie andere gebouwen volgden, volledig zelf ontworpen. De muren zijn gemaakt van zware boomstammen, aan de binnenkant hangen opgezette elanden, rendieren en een ijsbeer. Al haar geld stopte ze in haar lodge, want ‘aan geld heb je nogal weinig in Newfoundland.’ Naast haar zit English (52), hij drinkt een whiskey mee. Hij is de reden dat we naar Quirpon zijn gereden. Ed is eigenaar van de vuurtoren en weet nagenoeg alles van het eiland. Hij is een van de grote promotors van het toerisme hier. Liefst zo veel mogelijk buiten de gebaande paden. Newfoundland ligt misschien afgelegen, zegt hij, maar bewees zich in het verleden vaker als een eiland met een strategische positie. De Vikingen ontdekten het rond het jaar 1000, de Portugezen herontdekten het en de Venetiaanse reiziger John Cabot ontdekte het ‘officieel’ namens de Britten in 1497.


Ed: ‘Newfoundland speelde een cruciale rol voor de aanvoer van oorlogsmaterieel naar Europa in de Tweede Wereldoorlog. Die militaire achtergrond gaf ons twee grote landingsbanen in Gandor, die van pas kwamen bij de aanslagen van 11 september in New York. Werd ik plots gebeld door de Amerikaanse regering met de vraag of ik slaapplekken kon vrijmaken. Een groot deel van de vluchten naar New York kwam hier terecht, en zo zat Newfoundland pardoes met 6.800 gestrande reizigers. Amerika heeft ons officieel bedankt voor onze inzet.’

's Nachts kun je de ijsbergen horen kraken als ze dichtbij genoeg zijn. Ze zijn ruim tienduizend jaar oud als ze afbreken van de gletsjers op Groenland en aan hun drijftocht naar Newfoundland beginnen

Net als Barbara bouwen veel Newfoundlanders graag zelf hun huizen. De meeste zijn van hout, zorgvuldig geschilderd in alle kleuren om ze te beschermen tegen de zeewinden. Buck Walsh (54) bouwt een huis voor zijn neef in Ferryland, helemaal aan de oostkant van het eiland. Hij heeft vier dochters, maar dat is weinig hier. Zelf komt hij uit een gezin van veertien kinderen. In zijn dorpje kent hij families van zeventien. Dat is hoe het gaat op het eiland. Walsh: ‘Als ik vroeger met de schoolbus ging, samen met de buren, was meteen de bus vol.’


‘Zie je hier weleens walvissen?’ vraag ik. Walsh lacht en wijst naar de baai voor het huis. In de verte zien we nog net de vuurtoren, erachter ligt de mist. Een hoorn blaast een laag monotoon geluid om vissers en boten te laten weten waar de kustlijn begint. ‘Eind juli komen ze de baai in, soms liggen er wel vijftig walvissen te blazen. Maar het valt mij niet meer op. Ik ben hier opgegroeid en visser geweest, dus een walvis is zoiets als een tweede kriebel voor me.’


Fotografe Malou lacht om de ‘kriebel’ van Walsh. Ze zou niets liever willen dan vijftig puffende bultruggen fotograferen. Maar een beetje zon is al fijn voor haar, en juist nu komen er eindelijk flinters blauw door. Zichtbaar zijn de kliffen waar de golven tegenaan beuken. Een dag eerder werden we in Bonavista ook verwend met een paar uur zon. Maar toen we doorreden naar Trinity stuitten we algauw op een mistbank. Ik riep meteen: ‘O nee, niet weer! Niet de mist inrijden, omdraaien, omdraaien! Terug naar de zon.’ En zo vierden we nog een paar uur warmte in Bonavista, terwijl dikke slierten mist dit mooie dorp, waar ontdekkingsreiziger John Cabot ooit aanmeerde, op een haar na misten.

Maak een roadtrip door Newfounland

Newfoundland in een oogopslag

‘De rots’

Het destijds nog Britse eiland Newfoundland sloot zich in 1949 aan bij Canada na een referendum. Het eiland wordt in de volksmond ook wel ‘de rots’ genoemd en is vrij vlak doordat het is afgesleten door gletsjers uit de ijstijd.


Er zijn twee mooie parken om te bezoeken: het Terra Nova Park en Gros Morne Park. Je komt naar Newfoundland voor het ultieme alleen-op-de-wereldgevoel. Met ijsbergen en walvissen. Aan de noordkant liggen de mooiste dorpjes en de steilste kliffen. Bovendien zwemmen daar de meeste walvissen en stuit je daar bijna zeker op indrukwekkende ijsbergen. Maar als je echt de leefwereld van de Newfoundlanders wilt verkennen moet je de pontjes nemen aan de zuidkust van het eiland. Zonder auto vaar je met de pont van dorp naar dorp.


Overigens kun je daar ook een kleine uitstap maken naar Frankrijk. Want een eiland van de Fransen ligt om de hoek. Met echte croissantjes en marmelade zoals je dat in Parijs hebt. Let wel: Newfoundland is groter dan je denkt. Rijden vanaf de zuidoostpunt naar het uiterste noordwesten is net zo ver als van Parijs naar Edinburgh, circa 1200 km.

‘De rots’

Het destijds nog Britse eiland Newfoundland sloot zich in 1949 aan bij Canada na een referendum. Het eiland wordt in de volksmond ook wel ‘de rots’ genoemd en is vrij vlak doordat het is afgesleten door gletsjers uit de ijstijd.


Er zijn twee mooie parken om te bezoeken: het Terra Nova Park en Gros Morne Park. Je komt naar Newfoundland voor het ultieme alleen-op-de-wereldgevoel. Met ijsbergen en walvissen. Aan de noordkant liggen de mooiste dorpjes en de steilste kliffen. Bovendien zwemmen daar de meeste walvissen en stuit je daar bijna zeker op indrukwekkende ijsbergen. Maar als je echt de leefwereld van de Newfoundlanders wilt verkennen moet je de pontjes nemen aan de zuidkust van het eiland. Zonder auto vaar je met de pont van dorp naar dorp.


Overigens kun je daar ook een kleine uitstap maken naar Frankrijk. Want een eiland van de Fransen ligt om de hoek. Met echte croissantjes en marmelade zoals je dat in Parijs hebt. Let wel: Newfoundland is groter dan je denkt. Rijden vanaf de zuidoostpunt naar het uiterste noordwesten is net zo ver als van Parijs naar Edinburgh, circa 1200 km.

Reizen binnen Newfoundland

Wil je (delen van) je reis door Newfoundland en Canada laten organiseren, check dan de arrangementen van Columbus-partner NBBS Reizen. Huur een auto of een camper. Zonder eigen vervoer is reizen hier onmogelijk.

Betalen

Er zijn overal pinautomaten, ook in supermarkten. Verder betaal je overal met je creditcard.

Bellen en internet

De meeste horeca bieden gratis wifi aan.

Lezen

New Found Land van Herbert F. Hopkins, Lonely Planet Canada (2017); After icebergs with a painter van Louis L. Noble en The story of Newfoundland van Frederick Edwin Smith zijn gratis te lezen als e-book via gutenberg.org.

Kinderen mee?

Ja, kan zeker. Maar niet te jong meenemen. De afstanden zijn lang.

Beste reistijd

Eind juni t/m eind september (ervoor en erna is te koud). Ga half juni voor de ijsbergen en half juli voor de walvissen. Wil je de grootste zekerheid op mooi weer? Ga in augustus en begin september. (Mei en juni zijn de mistmaanden. Je kunt zomaar een maand niets zien.) Bij koude winters is de Straat van Belle Isle bevroren.

Maak je borst maar nat

Een van de highlights van Newfoundland is Nationaal Park Gros Morne. Je kunt hier in een zeekajak stappen om fjorden te verkennen, met uitzicht op kliffen en bossen. De meest toegankelijke fjord is Trout River Pond. Vanwege verraderlijke wind wordt de Western Brook Pond, met prachtige vergezichten, niet aangeraden door de parkbeheerders. Gelukkig kun je deze indrukwekkende fjord, uitgesleten door een gletsjer in de ijstijd, op andere wijze bezoeken. Optie 1: met de boot op pad. Avontuurlijkere optie 2: hiken langs de rafelige randen van de fjord. Je kunt een dagtocht maken, eindigend bij een van de meest panoramische uitzichten van Noord-Amerika.

IN SAMENWERKING MET